Weg met het euthanasiemonopolie van artsen

Geplaatst op 17 mei 2016 door

Tijdens de Vrijdenkersborrel Utrecht op maandag 6 juni 2016 geeft Anton van Hooff een lezing met als titel ‘Weg met het euthanasiemonopolie van artsen’. Van Hooff is klassiek historicus en van 2009-2015 was hij voorzitter van De Vrije Gedachte.

Zelfdoding is sinds de Verlichting niet meer strafbaar. Onlogisch genoeg is sinds 1886 hulp daarbij verboden (artikel 294.2 Wetboek van Strafrecht). Nog vreemder is dat in 2002 door de wet Els Borst die strafbaarheid alleen voor de beroepscategorie artsen is opgeheven als zij zich tenminste aan bepaalde procedures houden (vaststelling van uitzichtloos en ondraaglijk lijden, fiat van een tweede arts). Wat eerst een handige ontsnappingroute leek, wordt meer en meer een ondraaglijke last voor artsen: men (betrokkene of familieleden) eist euthanasie. Kan psychisch lijden ooit ondraaglijk zijn? Verdient zelfhulp, eventueel met medisch advies en assistentie van naasten, niet de voorkeur?

De voorchristelijke wereld van Grieken en Romeinen laat zien hoe het anders kan: daar was de arts niet meer dan een werktuig. Hij mocht adviseren en de wil van de patiënt uitvoeren. De fameuze Eed van Hippokrates verbood hulp bij zelfdoding niet, zoals sommige dokters nog steeds beweren; de Hippokratische arts zwoer slechts zich niet te zullen lenen voor sluipmoord door heimelijk gif toe te dienen, zoals Antons recente boek Sterven in stijl. Leven met de dood in de klassieke oudheid aantoont.

Klik hier voor meer informatie.




7 reacties “Weg met het euthanasiemonopolie van artsen”


  1. Ruben Laane schreef:

    Gelet op eerdere gebeurtenissen omtrendt Euthenasie zou het overduidelijk moeten zijn waarom het een zeer slecht idee is om Euthenasie bij artsen weg te halen. Normaal gesproken hebben artsen geen belang bij een eventueel overlijden van een patient, maar staan ze dichtbij genoeg om een redelijke inschatting te kunnen maken over de authenciteit van de doodswens van een patient. Mensen uit de direkte omgeving missen deze objectiviteit en zouden wel eens belang kunnen hebben bij de dood van een naaste of zelfs een belang bij het in leven blijven van een naaste. De reden dat een arts werd verkozen boven iemand anders was vanwege deze mogelijke belangeverstrengeling. Meer redenen om Euthenasie in zijn huidige vorm niet te veranderen is er niet en als mensen niet voorbereiden dat er wel eens een doodswens zou kunnen komen en daar niet op rekenen of op voorbereiden is niet het probleem van de arts en zou niet mogen worden opgelost door een naaste.
    De vergelijking met de klassieke oudheid is een waardeloze vegelijking daar zij verondersteld dat een arts in de klassieke oudheid al teveel opties had betreffende behandelingen. Een moderne arts heeft, ondanks de beperkingen die ook artsen in onze maatschappij hebben, staan in schril contrast met de weinige handelingen die een arts in de oudheid tot zijn beschikking had. Het gebrek aan behandeljng in de Oudheid gebruiken als argument om de mogelijkheden tot Euthenasie in het heden uit te breidden toont mijns inzien het gebrek aan argumenten dat de schrijver heeft om eventuele andere redenen tot Euthenasie aan te prijzen. Daar doet de schrijver ernstig onrecht aan de mogelijkheid om deze andere redenen wellicht redelijk te laten blijken. Ik zou graag een discussie aangaan betreffende een eventuele uitbreiding van redenen betreffende Euthenasie die substantie hebben en niet een gebrek aan behandelingsmogelijkheden in de Oudheid betreffen.

  2. Bert Voorneveld schreef:

    Van Hooff lijkt te denken dat artsen bevoegd zijn om te beslissen of iemand recht heeft op euthanasie. Omdat die te vaak nee zeggen, pleit hij ervoor om hun monopoliepositie bij euthanasie dan maar op te heffen. Het is echter niet de arts, maar de wetgever die bepaalt onder welke omstandigheden euthansie is toegestaan. De arts toetst slechts of een aanvraag voldoet aan de wettelijke voorwaarden (duurzaam en ondraaglijk lijden). Natuurlijk is er een grijs gebied, waar artsen tot een verschillend oordeel kunnen komen, maar in essentie heeft de wetgever al beslist.
    Als Van Hooff vindt dat de mogelijkheden voor euthanasie te beperkt zijn, waar ik het mee eens ben, dan moet hij pleiten voor aanpassing van het toetsingscriterium en niet voor het afschaffen van het artsenmonopolie. Dat laatste vind ik een héél slecht idee.

    Zelf kan ik er helaas niet bij zijn op 6 juni, maar ik zou toch alvast twee vragen willen opwerpen:
    Op welke manier wil Van Hooff regelen dat we na aanname van zijn voorstel nog steeds het noodzakelijke onderscheid kunnen maken tussen moord en euthanasie?
    En als ook anderen dan artsen straks euthanasie mogen uitvoeren, moeten die mensen dan niet aan bepaalde eisen voldoen, qua medische en farmaceutische kennis?

    Ik ben het met Ruben Laane eens dat de vergelijking met de klassieke oudheid een kromme is. Maar ach, als je je hele leven met een hamer werkt, lijkt op den duur alles op een spijker 🙂

  3. carline klijnman schreef:

    ik sluit me volledig aan bij bovenstaande.

    om te beginnen; de wereld van professionele zorg is wel wat veranderd sinds de griekse oudheid. al is het alleen maar dat de kloof aan kennis tussen een leek en een professional vele malen groter is. het is niet gek dat met de enorme toegenomen wetenschappelijke en technologische vooruitgangen en mogelijkheden bepaalde medische beslissingen beter overgelaten kunnen worden aan dokters en niet aan de patient. ‘informed consent’ heeft niet voor niets het risico van ‘information overload’.

    en nee, de eed van Hippocrates zegt niet letterlijk dat zelfdoding niet mag. echter, het bevat wel (morele) verplichtingen jegens weldadigheid en niet-schadelijkheid. en dat laatste is waarom euthanasia morele dilemma’s oplevert, omdat het principe van niet-schaden conflicterende prima facie verplichtingen kan oproepen. enkel leunen op zelf-beschikkingsrecht is niet genoeg. respect voor autonomie betekent nog niet dat professionele overtuigingen/diagnoses overtrokken mogen worden door onredelijke verzoeken van familie of patient zelf.

    bovendien brengt versoepeling van deze wet niet alleen risico’s van misbruik met zich mee, het kan ook zorgen voor een shift van attitude jegens respect voor het leven of morele erosie (wellicht een slippery-slope argument maar zeker niet een waarmee we laconiek mogen omspringen). ik denk niet dat je het zo simpel kan stellen als een vervolg op historische gebeurtenissen . dus ben benieuw wat hier verder over gezegd gaat worden, ik zit erbij 6 juni.

  4. Marcel van der Veer schreef:

    Ik ben hier ook kritisch over, vooral omdat ik zelf in de zorg werk en weet hoe ingewikkeld de situatie kan zijn. In deze discussie worden altijd de voorbeelden gebruikt door voor- en tegenstanders die gemakkelijk zijn om in hun voordeel te buigen. Het is heel leuk om altijd met die oude man te komen die helder is en het allemaal al gezien heeft, maar het achttienjarige depressieve meisje heeft het ook allemaal al gezien. Mag zij ook?

    Op zichzelf vind ik een vergelijking met de situatie uit de Oudheid niet geheel nutteloos, maar vooral als een gedachtespel. De praktijk was in de periode anders. Veel dokters konden slaaf zijn en hadden een ondergeschikte positie. De mogelijkheden waren anders en de kennis was anders. Maar het is interessant om te kijken wat Van Hooff precies beoogt met zijn vergelijking, want de blurb kan de nuance misschien verbergen.

    Toch denk ik dat de redenering om het over te nemen geen hout snijdt. Alleen al omdat, zoals hierboven ook gezegd, de lijn tussen (zelf)moord en euthanasie zo dun is dat het naar mijn mening een verantwoordelijkheid van de voor-partij is om uit te sluiten dat er onwenselijke doden ontstaan. Dat doet de huidige wetgeving namelijk wel.

    Verder is het de huidige standaard in de zorg dat de patiënt inspraak heeft, maar dat actief handelen dat schadelijk of niet verantwoord gevonden wordt door de zorgverlener, niet geëist kan worden. Je bent namelijk dan wel verantwoordelijk en strafbaar, maar opeens ook nog verplicht. Dat gaat niet samen.

    Het argument dat de patiënt euthanasie eist en dus druk op de arts plaatst is een hele zwakke om het toe te staan. Als je een arts de mogelijkheid ontneemt om nee te zeggen, help je hem daar echt mee, of maak je niet gewoon de druk groter om iets te doen dat hij niet goed acht? Ik heb het zelf nooit om handen gehad, maar ik ken een stagiair die een dag vrijaf nam omdat er een euthanasie plaatsvond. Daar moet ruimte voor zijn en blijven.

    Ik ben benieuwd, dus tenzij ik een goede reden heb, zal ik er zijn.

  5. Bert Voorneveld schreef:

    @Carline Klijnman
    Gemiddeld maken iedere dag in Nederland vijf mensen zelf een eind aan hun leven. Niet zelden op een gewelddadige manier, door voor een trein of van een gebouw te springen. Ze komen niet in aanmerking voor een zachte dood, omdat onze samenleving zoveel “respect voor het leven” heeft, dat de wet het hulpverleners uitdrukkelijk verbiedt om hen te helpen met sterven.
    Dat “respect voor het leven” is dus in feite een ontkenning van het recht op zelfbeschikking en een impliciete wettelijke verplichting tot (doorgaan met) leven, ook als dat leven een kwelling is.
    Ikzelf zou daar niet het begrip “respect” aan verbinden.

  6. Marcel van der Veer schreef:

    @ Bert Voorneveld

    Ik kan mij voorstellen dat als iemand zijn hele leven in geestelijk nood verkeerd en dood wil, dat een te rechtvaardigen grond voor euthanasie is. Echter er spelen wel een aantal factoren waarom ik moeite heb met wat je zegt.

    – Mensen die uit geestelijke nood zelfmoord plegen willen niet dood omdat ze dood willen. Ze willen eigenlijk van de depressie, verslaving, psychose e.d. af die hun leven tot een hel maakt. Het getuigd van gebrek aan respect voor zieke mensen als je in plaats van proberen deze mensen te behandelen, hoe moeilijk en uitzichtloos dit misschien soms lijkt (hier kom ik op terug), te kiezen voor laten sterven. Want ze willen waarschijnlijk helemaal niet dood, maar ze willen genezen. Ook zijn zelfmoordpogingen vaak ook schreeuwen om hulp, die misschien wat vreemd gevormd zijn in onze ogen, maar niet bedoeld om te slagen.

    – Dit haakt aan bij de vrije wilsbeschikking. Het nare aan veel geestelijke stoornissen is juist dat de vrije wil erdoor wordt aangetast. Suicidaal denken is een symptoom van depressies, het onvermogen om bepaalde substanties en gedragingen te stoppen de kern van verslaving. Persoonlijkheidsstoornissen betekenen dat mensen hun gedrag nauwelijks kunnen veranderen. Psychosen en wanen maken het bepalen van de situatie onmogelijk, doordat de waarneming vervormd wordt. Om mensen met een verminderde vrije wil te laten kiezen voor euthanasie is, zeker omdat uit het gat kruipen erg veel inzet en doorzettingsvermogen eist, is bijna de kat op het spek binden. Het getuigt van gebrek aan begrip van het ziektebeeld als daar geen rekening mee gehouden wordt. Doodgaan kun je maar één keer en bedenken achteraf is een beetje moeilijk. Ik geef die keus liever aan mensen die opties beter kunnen afwegen.

    – Uitzichtloos lijden zien wij als een voorwaarde en hier stuiten wij op het probleem dat depressies vrijwel altijd tijdelijk zijn. Suicidaal denken is zelden blijvend en consistent. Verslaafden komen er van af en ik heb hele sterke gevallen gezien van mensen die na tientallen jaren clean worden en hun leven zichtbaar zien verbeteren. Het tragische is dat waarschijnlijk een klein gedeelte van de GGZ-cliënten zijn leven lang zelfmoord wil plegen, omdat ze niet te helpen zijn, maar dat wij dat niet van tevoren kunnen bepalen.

    Ik vind dat kiezen voor het redden naar mijn mening te kiezen is boven opgeven en de uitweg alleen geboden kan worden aan diegenen die op goede gronden uitzichtloos zijn.

  7. Bert Voorneveld schreef:

    We zijn het fundamenteel oneens en dat bedoel ik heel letterlijk. We zijn het namelijk oneens over het fundament onder het denken over euthanasie, namelijk het recht op zelfbeschikking.

    Ik vind het -zacht gezegd- buitengewoon ambitieus om de generaliserende uitspraak te doen dat mensen die dood willen dat eigenlijk niet willen. Ik zou in dit verband willen aanbevelen om de documentaire van Elena Lindemans “Moeders springen niet van flats” eens te bekijken.

    Voor mij is juist het onthouden van het recht op zelfbeschikking een vorm van disrespect. Wat uiteraard niet betekent dat niet eerst gezocht zou moeten worden naar mogelijkheden om de problematiek waaruit de doodswens voortkomt op te lossen. Indien en voor zolang de betrokkene dat wil.
    Maar we moeten constateren dat de samenleving in heel veel gevallen niet in staat (of bereid) is om een oplossing te realiseren. Als wij in zo’n situatie stervenshulp categorisch blijven weigeren heeft dat niets te maken met “respect voor zieke mensen” of het “kiezen voor het redden”.
    Het is trouwens een valse voorstelling van zaken als je zegt dat we kunnen “kiezen” voor het redden. Dat is een miskenning van onze evidente onmacht als samenleving om de problemen waar de betrokkene mee worstelt op te lossen. Onze weigering om het recht op zelfbeschikking te erkennen komt volgens mij dan ook niet voort uit mededogen voor de medemens. Eerder uit onvermogen om het beginsel voor onszelf te accepteren. We worden dan immers zelf verantwoordelijk en dat zijn we historisch gezien niet gewend. Ook mensen die niet (meer) in een god geloven hebben veelal het (al of niet weldoordachte) idee dat het leven voor ieder van ons een niet te weigeren opdracht is.

    Officieel zijn er jaarlijks zo’n 1850 suïcides; het werkelijke aantal is waarschijnlijk veel hoger. Ze worden stelselmatig buiten de publiciteit en deels ook buiten de statistieken gehouden. Misschien is dat de reden dat een echte discussie over het recht op een zachte dood voor iedereen, alsmaar achterwege blijft.
    Dat wij zoveel mensen dwingen om hun toevlucht te nemen tot methoden die vaak gewelddadig zijn en belastend voor anderen en die in eenzaamheid moeten worden toegepast, vind ik persoonlijk een blamage voor onze beschaafde samenleving.




Reageer