Religie en de neoliberale economie

Geplaatst op 26 september 2016 door

Prinsjesdag en de algemene beschouwingen liggen weer achter ons. In een dagenlang debat heeft Den Haag zich gebogen over de begroting en de plannen voor 2017. Wat ik opvallend vond is dat onze politieke vertegenwoordigers zich vooral bekwamen in het draaien rond de pot. Steeds worden de echte politieke, maatschappelijke en economische problemen een beetje omzeild en wordt er veel aandacht besteed aan “de babbel voor de buhne”. Iets wat ik als de “babbel voor het eigenbelang” afdoe. Onze politieke vertegenwoordigers dringen niet door tot de fundamentele problemen die in onze samenleving en in de wereld spelen. Er worden geen hoofdzaken benoemd en in de details worden de werkelijke problemen weggepoetst.

Sinds decennia huldig ik het motto dat er twee grote probleemclusters zijn die voortdurend onrust veroorzaken in de wereld. Religie en de neoliberale economie zijn fouten in de (wereldwijde) samenleving. Sinds honderden jaren zijn religies en (neoliberale) economische machten de wetten gaan dicteren op basis waarvan religieus liegen en economisch uitbuiten verfijnd en gelegaliseerd zijn.
Er is een wereldbibliotheek volgeschreven over de tekortkomingen en misdadige trekjes van beide systemen, die meer met elkaar te maken hebben dan op het eerste gezicht lijkt.
Het aloude adagium van de dominee en de koopman (hou jij ze dom dan hou ik ze arm) heeft in de achter ons liggende eeuwen zijn diensten bewezen en door middel van onderdrukking en uitbuiting de rijken rijker gemaakt en de armen armer. De oneerlijke verdeling van de revenuen van hard werken en handel heeft altijd voor veel ellende, dood en verderf gezorgd. Oorlogen, misdaad, vluchtelingen, de wereld lijdt er onder.
Maar er is een kentering zichtbaar. Het wordt steeds duidelijker dat in onze moderne wereld dat aloude adagium niet meer werkt. En dat komt omdat het in onze moderne wereld steeds moeilijker is om informatie achter houden voor mensen die in het verleden verstoken bleven van informatie. Dan denk ik niet alleen aan het ontsluiten van het geschreven woord (boeken, onderzoeksrapporten, kranten, etc.) maar vooral ook aan televisie, film, het Internet en de sociale media. Als er nu iets gebeurt in Lutjewinkel is het over drie minuten bekend in Addis Abeba.  En omgekeerd.

Dit heeft zijn weerslag op de manier waarop mensen naar hun eigen situatie kijken. Wie onderdrukt wordt door een religie (of dat nu een protestant in Nederland is, een katholiek in Zuid Amerika of een islamiet in Syrië) hoort, ziet en weet dat het ook mogelijk is zonder de leugens van de religies te leven. Die hoort, ziet en weet dat het mogelijk is je aan de onderdrukkende invloed van religies te onttrekken. Hoe moeilijk dat ook is door twijfels, bedreigingen, geweld, sociale druk en uitsluiting (of erger). Maar overal in de wereld zien mensen dat het ook zonder religie kan. Voor ouderen is het vaak moeilijk afscheid te nemen de (schijn)zekerheden die religie biedt. Als je bent opgegroeid met de leugens en de indoctrinatie van een geloof is dat een hardnekkig onderdeel van je leven geworden. Jongere mensen (die ook veel meer gebruik maken van het Internet en de sociale media) nemen gemakkelijker afstand van die indoctrinatie en mijn inschatting is dan ook dat het aanhangen van een geloof op termijn verder zal afnemen. De politiek (lokale, nationale en ook wereldleiders) zou dit proces kunnen versnellen door het religieuze onderwijs af te bouwen. In ons land kan een herziening van artikel 23 en een uitbanning van het religieus onderwijs een grote bijdrage leveren aan de zo noodzakelijke  modernisering en democratisering van ons land en de wereldwijde samenleving.

Steeds minder laten mensen zich dom houden door een stelsel van religieuze leugens en religieuze onderdrukkingsmethodieken.
Hetzelfde geldt ook voor de onderdrukking  en uitbuiting die de neoliberale economie kenmerken. Door neoliberalen wordt natuurlijk stelselmatig ontkend dat zo´n uitbuitingseconomie bestaat maar ook daar is inmiddels een wereldbibliotheek over vol geschreven. Vooral de laatste decennia is deze vorm van graai-economie een steeds grotere rol gaan spelen in de wijze waarop we de revenuen van de wereldeconomie verdelen. Een steeds kleinere groep machthebbers bezit steeds meer van alles wat waarde heeft en rooft steeds meer van het bbp dat we met elkaar genereren.

Ook hier geldt dat door het Internet de snelheid waarmee informatie zich over de wereld verspreidt enorm is toegenomen. Als er vandaag in Londen een financieel schandaal is is dat morgen bekend in La Higuera. Als er vandaag in India een kledingfabriekje instort is dat vandaag nog bekend in Garderen. Als er vandaag een beurscrash plaatsvind voelen we dat overal vandaag al en ook in de jaren hierna. Als er vandaag een grote ontslagronde wordt aangekondigd, tegelijk met een exorbitante verhoging van het inkomen van de rijksten op aarde, is de verontwaardiging vandaag nog op de sociale media te lezen. Niet dat de gevestigde politiek zich daar vandaag nog iets van aantrekt, die gaat gewoon door met hun steun voor de religies en de neoliberale economie. Wat het ingestampte geloof in een god is voor een gelovige, wat het door hebzucht afgedwongen roven is voor een neoliberaal, is het door religie en neoliberalisme afgedwongen politiek correcte gedrag van een politicus.  Daar waar de schijn wordt opgehouden dat ons politieke bestuur er via ons democratische stelsel is door en voor het volk is de werkelijkheid dat we in een schijndemocratie worden zoet gehouden ten faveure van de bestaande machten binnen de religies en de neoliberale economie.

Ik ben een warm voorstander van een brede discussie over de onzin van religies en de ongewenstheid van de neoliberale economie. Een heel brede discussie, tussen alle betrokkenen (en dat is iedereen) en over alle onderwerpen, ook over die onderwerpen die een gelovige of een rover niet welgevallig zijn.




53 reacties “Religie en de neoliberale economie”


  1. thomas bakker schreef:

    #50
    “Stapje voor stapje verwerft de mens steeds meer van de ooit slechts aan goden en natuur toegeschreven vaardigheden.”
    Om door u vervangen te worden door aliens en aanverwanten.
    Schiet lekker op zo.

  2. Hans Velderman schreef:

    49; nee meneer dat geldt slechts als beide beweringen waar zijn. Leuk geprobeerd maar wat heeft uw simpele aanval op mij met het item “Religie en neoliberale economie te maken, meneer Dorrepaal?

  3. Bert Voorneveld schreef:

    #46 Nienhuys

    Natuurlijk zou ik liever zien dat de overheid alleen openbaar onderwijs financiert. Maar wijziging van de grondwet zit er voorlopig niet in denk ik. Als ‘second best’ oplossing zou het aanbod aan religieus onderwijs in verhouding moeten staan tot het aandeel van de respectieve religies in de bevolking. Op dat punt bestaat momenteel een absurde wanverhouding, waardoor veel kinderen van niet- of andersgelovige ouders noodgedwongen op prot.chr. of RK scholen zitten. De overheid zou dat kunnen veranderen door meer openbare scholen te stichten, maar is daarin niet geïnteresseerd, ook al omdat religieuze scholen graag bereid zijn om kinderen, van ongelovige ouders op te nemen.
    Ze hangen een bepaalde religie aan, die ze meestal aanduiden als hun “identititeit”. Ik noemde dat per ongeluk hun “geloofsbelijdenis”, maar dat mag van u niet. Prima hoor, ik vind ieder ander woord ok, zolang we maar weten waar we het over hebben.

    Zomaar een willekeurig voorbeeld, geplukt van het web:
    ———
    “Onze school is een protestants-christelijke basisschool. Het onderwijsteam geeft les vanuit hun christelijke achtergrond. Dat betekent, dat we Bijbelverhalen vertellen, bidden en danken vanuit een oprechte overtuiging en dit toepassen en vertalen in onze tijd.”
    ———
    Deze school is bereid om ook kinderen van niet-gelovige ouders aan te nemen, maar waarschuwt:
    ———
    “Er zijn echter wel consequenties verbonden aan de christelijke identiteit van de school. Dat betekent dat van kinderen participatie aan christelijke uitingsvormen als lied, viering en gebed wordt verwacht.
    (…) Een schooldag wordt geopend en/of afgesloten met gebed of een lied. We vertellen verhalen, dit kan een bijbelverhaal zijn dat bewerkt is voor kinderen of een verhaal rond een thema. Regelmatig zingen we bijbelse (kinder)liederen. We vieren natuurlijk ook de christelijke feesten. Zo vieren we het kerstfeest en Pasen met de hele school in de kerk en/of in de school. Daarnaast hebben we regelmatig met de hele school een weekopening.
    Het godsdienstonderwijs is misschien in eerste instantie het vak waaraan men de identiteit van een school moet kunnen aflezen.”
    ———
    Merk op dat deze school ruiterlijk toegeeft dat via het “vak” godsdienst het (hun) geloof wordt verkondigd aan de leerlingen. Terwijl het zou moeten gaan om kennis over (de belangrijkste) godsdienst(en) wordt er hier “les” gegeven in één bepaalde godsdienst, namelijk de hunne.

    Het idee om religieuze scholen te verplichten om ook kinderen van niet-gelovige ouders aan te nemen is niet alleen onnodig (het gebeurt namelijk allang) maar het stimuleert de overheid bepaald niet om voldoende openbaar onderwijs aan te bieden. Integendeel!
    Mijn idee van het omgekeerde mag lastig zijn in de uitvoering, maar is daar wèl op gericht.

    In De Vrijdenker van deze maand schreef iemand (onderaan pag 11):
    “In de praktijk is het oprichten van een openbare school lastig als er al voldoende religieuze bijzondere scholen zijn in een dorp.”
    Welnu, zou ik zeggen, laten we het dan niet nog lastiger maken door die religieuze scholen bij wet te verplichten om kinderen aan te nemen van ouders die de identiteit/geloofsbelijdenis van de school niet onderschrijven.




Reageer