Religie en wegkijken

Geplaatst op 16 mei 2016 door

Er gaat geen dag voorbij of er is veel te doen over religie. In de krant, op TV, in de sociale media, voor en tegenstanders roeren zich. Over de macht van de paus, over de afkalving van het protestantse en katholieke geloof, over de islam als wereldmacht, over de groeiende invloed van de islam in Europa, over de vermeende vredelievendheid van de verschillende religies, over van alles wat met (niet bestaande) goden te maken heeft.

We krijgen er geen genoeg van, hoewel velen van ons er al lang genoeg van hebben. Maar de gelovigen van deze aarde, van alle religies, strijden voor de macht van hun god en hun geloof, voor hun machtspositie in de samenleving, in de economie, in de sociale omgeving, in het maatschappelijk reilen en zeilen. De religieuze strijd is in eeuwen niet veranderd al is ze wel gemondialiseerd en zijn de middelen natuurlijk wel gemoderniseerd.

Zagen we in ons land de afgelopen decennia de invloed van religie jaar na jaar afnemen, door de komst van de islam naar Europa is de strijd om de heilige macht weer volop actueel. Waar ik me vooral over verbaas is de succesvolle “nieuwe kleren van de keizer tactiek” van de religies waaraan politici en de media zich kritiekloos onderwerpen. Het is voor mij onbegrijpelijk dat politici, openbare bestuurders met een verantwoordelijkheid voor het algemeen belang, en de media, het journaille dat de werkelijkheid in de samenleving bloot moet leggen en duiden, de religieuze leugens voor zoete koek slikken. Er wordt massaal weggekeken. Er is nauwelijks een kritisch geluid als het gaat om de schaamteloze wijze waarop religies ons allerhande leugens over het bestaan van goden, en wat daar aan fantasieën (duivel en engelen, hemel en hel, heilige plaatsen en heilige boeken, etc.)  bij hoort, voorhouden. Er is nauwelijks een kritisch geluid als het gaat om de volkomen foute en leugenachtige basis die de religieuze visie op de samenleving moet onderbouwen.

Er is geen god die de wereld schiep, er is geen god die ons leefregels voorschrijft en de samenleving stuurt, er is geen god die met zijn ten hemel gevaren zoon van boven op ons neer ziet. Hoe kun je zo’n bij elkaar verzonnen verhaal vol leugens de basis laten zijn je wereldvisie?
En hoewel heel veel mensen niet in een god geloven slikken ze kritiekloos het feit dat die religieuze leugens schaamteloos over ons worden uitgestrooid. Niet gelovigen kijken (i.p.v. ze er op aan te spreken) kritiekloos weg als politici en de media kritiekloos wegkijken en ogendienst bewijzen aan de religies. Het gevolg is dat religieuze organisaties en gelovigen gewoon door blijven gaan met hun “nieuwe kleren van de keizer tactiek”. Deze tactiek dwingt gelovigen en niet gelovige mensen hun hoofd te buigen voor een niet bestaande god, zijn grondpersoneel en  de religieuze onzin.

Wat mij vaak opvalt is dat veel niet gelovige mensen de naakte waarheid niet onder ogen durven te zien (niet vrij durven te denken) en dat hardop durven te zeggen omdat de religies zich door de eeuwen heen (vaak met geweld) een heilige en onaantastbare status hebben weten te verwerven die ze ook nu naar hartenlust uitbuiten. Ze durven hun stem niet te verheffen omdat religies direct schermen met de vrijheid van godsdienst. En wat belangrijker is, met de blasfemiewetgeving die ze in de loop der eeuwen hebben afgedwongen en ingevoerd. Bestraffing van godslastering, het lasteren van een niet bestaande god notabene, is een religieus onderdrukkingsmiddel bij uitstek. En zo kon het gebeuren dat god, de naakte keizer met de “nieuwe kleren”, een heilige en onaantastbare status kreeg en in zijn blote kont kon lopen terwijl zijn volgelingen macht uitoefenden over de goedgelovige paupers die langs de route stonden en die vervolgens gedwongen werden beleefd te roepen dat de nieuwe kleren van de keizer prachtig waren.
Wegkijken van de werkelijkheid is niet iets wat alleen politici doen (en wat hen terecht verweten wordt), gewone mensen doen dat ook massaal. En dat verwijt ik hen.

“Natuurlijk meneer de paus, u bent de plaatsvervanger van gods zoon op aarde. En natuurlijk is uw god almachtig en natuurlijk ziet hij op ons neer.” Natuurlijk meneer de dominee en meneer de SGP-politicus, uw god die in de hemelen zijt schrijft ons voor hoe we moeten leven naar zijn waarden en normen. En natuurlijk komt zijn toorn over ons als we niet luisteren.” “Natuurlijk meneer de islam-vertegenwoordiger, uw god is groot en heeft terecht opdracht gegeven kafirs te doden. En natuurlijk is uw god terecht gekant tegen homo´s en vrouwenrechten.” “En natuurlijk zijn uw religies geen voorstander van of zelfs gekant tegen de verfoeilijke democratie en onze verderfelijke vrijheden. En natuurlijk zijn uw religies tegen de vrijheid van denken en de vrijheid van meningsuiting. Ja meneer, uw god is, als schepper van de wereld en van ons allemaal het heiligste op aarde. Natuurlijk geeft uw vrijheid van godsdienst u het grootste recht om te liegen en te onderdrukken. En natuurlijk zullen wij, de politiek en de media, u niets in de weg leggen.”

Onder het mom (en de wettelijke bescherming) van vrijheid van godsdienst mogen de meest achterlijke en ergerlijke en de meest denigrerende en soms levensgevaarlijke uitspraken, ideeën en leefregels over ons worden uitgestrooid en worden afgedwongen.
Kritiekloos wordt het ge-/misbruiken van de vele niet bestaande goden geslikt en slechts zelden zegt een politicus hardop en consequent dat de niet bestaande goden geen rol dienen te spelen in de wereldwijde samenleving. Slechts zelden zegt een politicus hardop en consequent dat het leugenachtige en onderdrukkende karakter van religies niet de basis kan zijn van de wereldwijde samenleving. Dat vrijheid en democratie door religies bedreigd worden.
De meeste politici, van links tot rechts en wereldwijd, zijn politiek correcte (want eigenbelang is het grootste belang) toeschouwers die langs de route van de religieuze optocht staan en keihard roepen dat de nieuwe kleren van de keizer hem fantastisch staan. Welwillend naar niet bestaande zaken kijken is ook wegkijken. Welwillend zwijgen over religieuze onzin is ook wegkijken.

Religieus zijn is wegkijken van de werkelijkheid en religie vereist wegkijken door politici en de media om niet ontmaskerd te worden. Iedereen weet dat politici en de media belang hebben bij het wegkijken van de religieuze leugens en onzin. Maar wie weg kijkt van de wegkijkende politici en de media en hun “nieuwe kleren van de keizer gedrag” niet aan de kaak stelt maakt zich mede schuldig aan wegkijkgedrag.
Vrij durven denken wordt door religies als een bedreiging gezien maar meer dan ooit heeft de wereld behoefte aan en belang bij het vrije denken. Want vrijheid is niet vanzelfsprekend.
Als we eens beginnen alle kinderen op aarde te leren dat er geen goden bestaan dan hoeft de mensheid op termijn niet meer langs de kant van de religieuze weg te staan en te juichen voor de naakte keizer.




17 reacties “Religie en wegkijken”


  1. HvdBerg schreef:

    En de vrije-gedachte-mens schept zich vrijelijk een religie. Lekker in zijn extreemste vorm. Alles wat hij aan slechtheid aan religie kan bedenken achter elkaar zetten lucht hem op. Hij kan geen dag zonder, denkt waarschijnlijk vaker aan de goden en zijn aanhangers dan menig fundamentalist. Vandaar zijn conclusie: “Er gaat geen dag voorbij of er is veel te doen over religie”. Als de kindertjes dan over de slechtheid van religie moeten horen, dan zeker ook over de bestrijders.

  2. Wim Aalten schreef:

    Beste Harm, je kunt natuurlijk altijd op de brenger van de onwelgevallige boodschap spelen. Sterk is dat niet. Ik begrijp dat mijn mening dat er geen goden bestaan en religies niet in de samenleving thuis horen voor jou te extreem is.
    Voor mij geldt dat de regelmaat waarmee de mensheid geconfronteerd wordt met (de impact van) religieuze leugens de perken van het fatsoen ver te buiten gaat. En het feit dat er te veel wordt wegkijken is fnuikend.
    Dat stel ik dus aan de kaak. Welgevallig of niet.

  3. joop dorrepaal schreef:

    Meneer vdBerg,

    In uw plaats zou ik toch “hallelujah!” roepen: Wim Aalten houdt ons als het ware een stafkaart voor waarop het verloop van de oorlog tussen theïsme en atheïsme wordt bijgehouden. Vrijwel alle gebieden en strategische punten van belang zijn op die “kaart” door de theïsten ingenomen. Militair gezien is die situatie hopeloos voor de vrijdenkers. Waar bent u feitelijk bang voor? Ergert u zich aan zijn geschimp op de theïsten? Maar dat hoort toch gewoon bij een oorlog: de vijand tarten, ergeren of belasteren. En dan schijnt u zich ook nog zorgen te maken over zijn voorstel om een “offensief” op de jeugd te openen. Maakt u zich niet ongerust: de evolutie – voor u de Here Here neem ik aan – heeft er netjes voor gezorgd dat dit nooit zal lukken. Ik baseer me daarbij op gewoon simpel helder denken dat tot de conclusie leidt dat ervaring iets is dat slechts individueel opgedaan kan worden en dat nooit genetisch overdraagbaar is; de overdracht gaat volgens de memen en daar is de periode van juveniliteit voor nodig: voor ieder menselijk individu telkens weer opnieuw een lange, lange tijd. En voor vrijdenken is nu eenmaal helder denken vereist, iets dat alleen maar door ervaring en oefening verkregen kan worden. (Desnoods laat ik me in die overtuiging steunen door het werk van Jean Piaget e.a. En voor u zal er heus wel een passende bijbeltekst te vinden zijn die u – weliswaar via een andere weg – tot dezelfde conclusie voert: genetische overdracht is onmogelijk.)
    Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst; dat wist Adolf Hitler ook al. Maar de jeugd is toch veilig ondergebracht bij de theïstische gezinnen… Denkt u nu heus dat die – afgezien van het “comazuipen” – gevaar loopt?
    Nee, over die vrijdenkers hoeft u zich echt geen zorgen te maken. Die maandelijkse bijeenkomsten van hen in een of ander kroegje of zo af en toe een artikeltje in een blad dat de schijn van evenwichtigheid wil ophouden zullen daar niets aan veranderen.

  4. HvdBerg schreef:

    U kent mij niet, maar geloven in memen en helder denken lijken me moeilijk verenigbaar.
    Ik begrijp dat uw profeet Dawkins het begrip heeft geënt en dat ex-parapsycholoog Susan Blackmore er verder over nadacht. Kunt u mij een foto tonen van een meme?
    Wat mijn vorige reactie betreft: Nergens heb ik op de brenger gespeeld. Het is slechts een constatering betreffende de vrije-gedachte-mens. Zoiets als uw denken over de religieuze mens.

  5. joop dorrepaal schreef:

    m.b.t. bijdrage #4:

    Het antwoord op uw vraag luidt hetzelfde als op mijn vraag aan u of u wel eens een sinus op straat heeft zien liggen die uit een automotor gerold was (of bij u thuis in de huiskamer uit een stopcontact). En toch is het begrip “sinus” heel goed verenigbaar met het helder uitgedachte fenomeen “automotor”, het ding zit er vol mee… Verder weet ik niet of Dawkins revelaties ten deel gevallen zijn – ik zou ze overigens niet aannemen en dus zou hij nooit mijn profeet kunnen zijn; ik beperk me tot profaan geloven – maar het begrip meme is handig om er een wat gecompliceerd verhaal in een bondige definitie mee samen te vatten, net zoals die sinus, of een besselse functie. Dat zouden gelovigen overigens ook eens moeten doen, dan zouden we eindelijk eens echt kunnen gaan discussiëren.

  6. Toon Swinkels schreef:

    Kan men een foto tonen van (een) god?

  7. joop dorrepaal schreef:

    m.b.t. bijdragen #5 en 6:

    Hetgeen vanzelf tot de vraag leidt of een god nu concreet is of – net zoals die sinus – een abstractie. Waarbij ik maar vooraf stel dat de antwoorden “geen van beide” en “allebei” niet goed gerekend worden.

  8. Hans Velderman schreef:

    Natuurlijk bestaat God, zelfs Einstein geloofde in God die zich manifesteert zoals Spinoza ons uitlegde.
    Of God wel of niet bestaat heeft met religieuze stromingen weinig of niets van doen. Hetgeen zij zeggen en schrijven en beweren dat het van God komt, is slechts ontsproten uit menselijke fantasie.
    Immers mensenwerk is het slechts.
    Wegkijken is eveneens een menselijke eigenschap.
    WO2 als voorbeeld, je buren vrienden en familie werden opgehaald en geëlimineerd. Bijna iedereen keek weg.
    Mensen vluchten voor geweld, bijna iedereen kijkt weg. Mensen verzinnen constructies om geld weg te sluizen. Bijna iedereen kijkt weg, etc.
    Wetenschap en economische groei leiden ons naar de afgrond en? Iedereen kijkt weg.
    Ja, mensen denken dat ze denken en dat ze met deze veronderstelling, het denken, superieur zijn aan en in hetgeen hen voortbracht.
    Helaas!

  9. Toon Swinkels schreef:

    Voor de waarheid kun je dikwijls nog je ogen sluiten, voor herinneringen niet, die sluit je nimmer buiten. Die neem je mee, je leven lang, want die bezit je onder dwang. Levenslang.
    (Robert Long)

  10. ben warner schreef:

    Wim Aalten schrijft zijn visie en beledigt niemand. Hulde. Wat betreft het laten zien van een foto van… Abstracties kun je niet fotograferen, maar in een deel van de gevallen blijkt hun bestaan uit de effecten. Dat kan in ieder geval van het bestaan van een God niet worden gezegd.
    Voor mij is een van de eerste Bijbelse voorvallen al veelzeggend: Gij zult niet eten van de boom der kennis. Van meet af aan moest de mens dom bllijven, opdat het geloof de hoogste kennis zou bijven.

  11. joop dorrepaal schreef:

    m.b.t. bijdrage #8:

    Sommige grote geesten hebben prachtige theorieën opgesteld die achteraf ook experimenteel geverifieerd konden worden. Maar dat houdt niet in dat alles wat ze beweerden ook waar was… De geldigheid van de relativiteitstheorie is m.b.v. meetlat en klok heel redelijk na te gaan. Einstein zou er goed aan hebben gedaan zijn hypothese over god theoretisch te onderbouwen zodat de experimentatoren er mee aan de slag konden gaan; gemiste kans zou ik denken. Mussolini heeft wel eens een experiment met zijn horloge gedaan, met negatief resultaat…
    En als je perse de fysica tot god wilt verheffen, wat verandert er aan de situatie? Eerlijk gezegd verdenk ik de hier aangehaalde grote namen ervan dat ze hun uitspraken om opportunistische redenen deden; je ronduit tot atheïst verklaren zou in hun situatie tot vervelende dingen hebben geleid.
    Wie wil beweren dat er een god bestaat, zal eerst moeten vertellen wat hij onder dat begrip verstaat. Gewoon eerst de definities, daarna de stellingen; we komen vanzelf weer bij Wittgenstein uit.

  12. Hans Velderman schreef:

    M.b.t. 11
    Je zou voordat je tot een uitspraak komt , een eigen mening kunnen toetsen aan de vaststelling van Spinoza en Einstein over God waar tot nu toe geen redelijke argumenten enige afbreuk konden doen.

  13. Toon Swinkels schreef:

    Religie en wegkijken.
    De ene gelovige kijkt weg van hetgeen niet in zijn straatje past.
    De andere gelovige kijkt wel naar hetgeen niet in zijn straatje past, en schreeuwt moord en brand. ( letterlijk en figuurlijk)
    ’t is maar net wat je geloofd.
    Er is niemand, echt niemand die je kan zeggen waar het leven over gaat.
    Zelfs de grote geesten niet. Geen Manitou, geen Wodan en Donar, geen god, geen allah of Boeddha.
    Er is maar één persoon die je kan vertellen waar het leven over gaat.
    Als je die gevonden hebt ben je al goed op weg om afstand te nemen van alle religieuze onzin die je voorgeschoteld krijgt.
    Gelovigen denken niet zelf, maar worden gedacht.
    Iedereen mag denken wat ie wil; één ding is zeker:
    Aan het eind van de regenboog staat een pot vol goud….

  14. Hans Velderman schreef:

    Je kunt beter af zijn door niet bij Wittgenstein uit te komen, i.t.t. sommigen o.a. dhr. Dorrepaal, veronderstellen.
    Analytische logica als fundament leggen als in een mikado spelletje. Komt ene meneer Russell een satepennetje weghalen en het fundament stort in.
    Ja, dan zie je het niet meer zitten als denker en loopt het fataal af.

  15. joop dorrepaal schreef:

    m.b.t. bijdrage #12:

    Einstein’s god.

    Als ik de uitlatingen van Einstein m.b.t. religie doorneem (in “Quotable Einstein” heeft Alice Calaprice ze in het hoofdstuk “On Religion, God and Philosophy” p.143-161 netjes klaargezet), dan vallen mij twee dingen op:
    1. we treffen bij Einstein de houding aan die je bij iedere atheïst terugvindt: het verwerpen van de religies zoals we ze kennen. Ook hij komt met de bekende argumenten die het hele paradigma onderuit halen.
    2. in zijn “bewondering” voor de kosmos zoals die zich aan ons manifesteert bedient hij zich soms van een – mijns inziens ietwat ongelukkige – terminologie die bij menigeen de indruk wekt dat hij daar aan een godheid appelleert. En uiteraard hebben religies of bepaalde krachten daar dankbaar gebruik van gemaakt: “als nu toch zelfs de grote Einstein…, et cetera”.

    De samenvatting van genoemd hoofdstuk luidt als volgt: Einstein’s “religion” as he often explained it, was an attitude of cosmic awe and wonder and a devout humility before the harmony of nature, rather than a belief in a personal God who is able to control the lives of individuals. (“Einsteins ‘religie’ zoals hij vaak uitlegde, was eerder een houding van kosmisch ontzag en verwondering en een devote nederigheid tegenover de harmonie van de natuur, dan een geloof in een persoonlijke god die in staat is de levens van individuen te besturen.)

    Het kan – wanneer men dat zou willen – als blasfemie jegens Einstein opgevat worden, maar zijn “kosmische religiositeit” maakt op mij als zodanig geen indruk.

    In eerste instantie komt zijn verhaal op mij over als een wat wetenschappelijke variant van de smoes waarmee de getuigen van Jehova trachten je in te palmen: “kijk toch eens om u heen! Wie denkt u dat die mooie natuur gemaakt heeft? Zou dat uit zichzelf hebben kunnen ontstaan? Bla, bla, bla…”
    De zogenaamde harmonie in de natuur is een hol begrip. Uiteraard is er een zeker evenwicht tussen de natuurwetten – wat zou je anders kunnen verwachten van wetten – we weten echter niet hoe lang dat duurt. Naar menselijke maatstaven is alles stabiel. Neem de wetten van Maxwell: een toonbeeld van schoonheid, dat setje vergelijkingen; je leest het als een gedicht. Sinds hij ze opschreef is (of lijkt) er weinig aan veranderd. Maar uiteindelijk – op de kosmische tijdschaal – wint de zwaartekracht en wordt al het andere hoe langer hoe meer verwrongen, dat wist ook Einstein. Niks harmonie, die dikke vette bas-tuba van de zwaartekracht in dat blaasorkest van de fysica verplettert, voor zover wij nu weten, alles; ook die fragiele picolo-toontjes van Maxwell’s elektromagnetische veld zullen eens verstommen… Overigens vraag ik me af – nu ik dit intik – wat er hier semantisch onder “harmonie” verstaan moet worden: het enige dat blijvend is lijkt de formalisering van een fenomeen te zijn, niet de omvang van het effect. En ook dringt zich de vraag op welke wet dan weer bepaalt dat er harmonie moet zijn; komen we daar ooit achter? Ik laat dat rusten.

    In tweede instantie echter kan ik eerlijk gezegd niet geloven dat Einstein de bij hem teweeggebrachte emotie ten gevolge van de door hem opgemerkte elegantie van een systeem van wiskundige vergelijkingen – dus een gevoel voor iets dat zich ook niet of nauwelijks omschrijven laat, iets dat wij “schoonheid” noemen en dat naar ik aanneem vroeg of laat ook wel evolutionair verklaard zal worden – verwarde met een religieus gevoel. Ik ben veeleer geneigd aan te nemen dat hij ons (en ik denk daarbij aan de tijd en de omgeving waarin hij leefde) daarmee zand in de ogen wilde strooien om niet te veel gedonder te krijgen met diegenen die zich de hoeders achtten (en nog steeds achten) van een hoeveelheid bekrompen opvattingen waarvoor je – als je verstandig bent – maar inderdaad “ontzag” kon en kunt hebben; je mocht eens in hun klauwen vallen… Tenslotte past hij keurig in het rijtje waarin we o.a. ook Bruno en Galilei aantreffen: denkers die zich een eigen mening vormden over de door God geschapen zon, maan, en sterren; de hemelse zwaargewichten dus. Wie zich verwondert over het feit dat alle elektronen identiek zijn terwijl er met de meest grootste waarschijnlijkheid aangenomen kan worden dat er op aarde, ja wellicht zelfs in het gehele universum, niet twee dezelfde zandkorrels te vinden zijn, of wie in extase raakt door de verbluffende eenvoud van het naar Euler vernoemde verband tussen e, π en i, of letterlijk wat meer laag bij de grond door een bloeiende paardenbloem, die loopt minder gevaar dat hij opvalt.
    In dat opzicht moet ik zeggen dat hij het slim speelde en daar kan ik wel om glimlachen; overigens ook maar even, want de zaak is ernstig genoeg.

    Voorts vraag ik mij af waarvoor een “an attitude of awe and a devout humility” nodig zijn? Welke functie vervullen die – m.i. belachelijke – gevoelens van onderwerping, het jezelf bewust op een lagere plaats zetten, nu eigenlijk in dit paradigma? Is dat niet toch de erkenning van de grote baas in het spel, het hielenlikkerig en kruiperig laten blijken dat je weet wat jouw plaatsje is, een plaats overigens waar je niet om gevraagd hebt maar die jou door hem gewoon opgedrongen is. Het lijkt godverdomme – niet bij wijze van geloofsgetuigenis maar hier louter als passende krachtterm – wel op de militaire dienst waar je “messtins” met een of andere prut vol gekwakt werden en waar een toezicht houdende van machtswellust druipende gestreepte randdebiel aan toevoegde: “kop dicht en opvreten!”… Weet u nog hoe het “Reglement op de krijgstucht” begon? Of meer in de trant van het poppenkastspel dat je opgevoerd ziet worden in de roomse kerk waar de priesters bij hun wijding languit voorover op de grond liggen om ze toch maar eens goed hun minderwaardigheid jegens de grote baas in te wrijven. Alsof die daar op zit te wachten. Mensonterend om eens een manipulativum te bezigen…

    Het godsbegrip doet zich in twee varianten voor: de eerste en meest verbreide is de uitgebreide versie van het sinterklaasverhaal waarin een god als de grote morele boeman fungeert en waarin we – als we maar oppassend geleefd hebben – aan het eind van de (“zinvolle”) rit door een aimabele oude man verwelkomd worden bij een gezellig knappend haardvuur. Al onze reeds verscheiden vrienden zijn ook van de partij, maar onze vijanden liggen inmiddels te kermen op het barbecue-rooster. Om wat bij te komen van de laatste tocht krijgen we een beker warme chocolademelk of een glas glühwein in de hand gedrukt en zodra we geacclimatiseerd zijn en op krachten gekomen gaat er een brede deur open en stormt een giechelende meute van 72 bloedgeile stukken de zaal binnen: het feest kan nu echt beginnen… Dus daar was alles om begonnen!
    In de variant die aan Spinoza, Einstein en vele anderen toegedicht wordt, spitst het godsbegrip zich in wezen toe op onze verwondering over de fysische samenhang van het universum. Fysica dus, und sonst nichts. Het gaat over het probleem – en de twijfel – of er uiteindelijk een eind kan komen aan de keten van vraag en antwoord waarbij het laatste antwoord dat de natuur ons geeft niet weer opnieuw de aanleiding is tot nog een vraag; gewoon omdat dan alles duidelijk zou zijn.
    Waar hij het over de god van de religies heeft is dat in volstrekt atheïstische zin; wanneer hij zich agnost noemt heeft dat alleen maar betrekking op voornoemde twijfel en zijn ver- of bewondering voor een probleem dat nooit zal worden opgelost. Om op dat laatste begrip het etiket “god” van een religieuze supersinterklaas te plakken is een goedkope truc uit de bekende hoek. Er zit waarachtig progressie in: Bruno werd door hen verbrand, Galilei werd opgesloten en monddood gemaakt en Einstein wordt voor hun karretje gespannen…

    Maar voor de goede orde: in maart 1954 – dus kort voor zijn dood – schreef hij:
    “I do not believe in a personal God and I have never denied this but have expressed it clearly. If something is in me which can be called religious, then it is the unbounded admiration for the structure of the world so far as science can reveal it.”

    Tenslotte wil ik nog het volgende te berde brengen:

    Is ons gevoel voor schoonheid niet nauw verbonden met de emotie die we ondergaan wanneer de evolutionair aangeboren angst voor een chaotisch lijkende omgeving omslaat in het begrijpen ervan als een geordend geheel? Waar de vermoede bedreiging plotseling overgaat in een “opportunity” voor vreten, vrijen en een door dat begrijpen bevochten veiligheid voor ons? En waar we – als we niet oppassen – bereid zijn die “ordening sec” te zien als de bevrijder, een hogere macht dus die tot meer in staat zou zijn dan wij? Maar laten wij dan niet vergeten dat die ordening door onszelf met onze eigen inspanning aan het licht gebracht werd en dat die gevoelde bedreiging niet zozeer uit de chaos voortsproot, maar eerder uit onszelf. “if God has created the world, his primary worry was certainly not to make its understanding easy to us”; om de grote man zelf nog eens te citeren (feb. 1954).

  16. joop dorrepaal schreef:

    m.b.t. bijdrage #14:

    En u dacht met de paradox van Russell in de hand gevrijwaard te zijn van de verplichting een definitie van god te geven zodra u daar een palaver over zoudt willen afsteken? U loopt groot gevaar dat men even uw verhaal enigszins onbegrijpend aanhoort en u vervolgens onderbreekt met: “rechts die gang in en aan het einde de deur met ‘Heren’ er op”…

  17. Els Geuzebroek schreef:

    Daar schaar ik me helemaal achter, het is me uit het hart gegrepen. Hoewel de ongelovigen die ik ken wel degelijk protesteren, alleen worden ze niet gehoord.

    Ik kan me wel voorstellen dat je de politici niet hoort als het gaat om het veroordelen van religies. Religie is namelijk al eeuwenlang, of in feite millennialang, het instrument van de heersende bestuurslagen om de massa onder controle te houden, erop te kunnen parasiteren en ze te gebruiken om voor de machthebbers te werken en oorlogen te voeren. De machthebbers zien met lede ogen aan hoe dit instrument verdwijnt, velen zien met vreugde de komst van de islam als alternatief tegemoet, anderen zitten naarstig te piekeren over andere vormen van bedrog en manipulatie om de emancipatie en autonomie van de massa tegen te houden en hun positie veilig te stellen.

    Je moet helemaal niet van de bestuurders verwachten dat ze ons zullen verlossen. Bestuurders zijn overwegend narcisten die uit zijn op privileges voor zichzelf, zichzelf hoger inschalen dan de massa (i.c. zichzelf grenzeloos overschatten) en graag de controle in handen hebben. We moeten onszelf verlossen en de strijd aangaan, niet alleen tegen god, want dat is alleen maar een fictie, ook al is het een gevaarlijke fictie, maar ook tegen degenen die de goden creëerden en gebruikten om te manipuleren en te heersen, en die desgewenst ook nieuwe verzinsels in het leven roepen om te kunnen manipuleren en te heersen. De parlementaire democratie is ook een worst, en de media zijn middelen. Met het internet hebben we gelukkig een techniek in handen die ook voor het gewone volk een communicatiemedium kan vormen. Maar massamedia, staatsmedia en ‘gezaghebbende’ media staan bij voorbaat aan de verkeerde kant.

    We moeten dus zelf onze stem laten horen, onze meningen verspreiden en netwerken oprichten. Het is de grote verworvenheid van onze samenleving dat dit kan – ook al worden wij dan populist of extremist genoemd, het simpele wapen van verdachtmaking en demonisering van de gevestigde orde, als het inzetten van het leger of andere vormen van geweld niet in de mode zijn.




Reageer